Reïncarnatie

Het is al lang geleden, dat ik het als eerste uitleg van het begrip reïncarnatie moest doen met de verhalen, dat een mens na een slecht leven zou kunnen terugkomen als een dier of een ander onbetekenend wezen en na een goed leven op een hogere trap van het menselijk bestaan of in het kasten systeem in India voor een beter begrip. Dat kon ik niet serieus nemen.

Edgar Cayce’s ontdekking van reïncarnatie
Maar dat veranderde toen ik kennis maakte met de ervaringen van Edgar Cayce, die zelf uiterst verbaasd was als overtuigd en orthodox Christen toen hij werd geconfronteerd met vorige levens van personen in zijn “readings”. Tijdens en na zijn leven (1877-1945) vormde het materiaal van zijn “readings” een uitgebreide bron voor verdere studie in de A.R.E. foundation, Virginia, wat leidde tot vele publicaties en tegenwoordig ook video’s. Die ervaringen van vorige levens van personen die hem consulteerden (in het begin hoofdzakelijk voor problemen met gezondheid) bieden een boeiende inkijk in het leven in Egypte, Atlantis, Perzië, Yucatan, het Oude- en Nieuwe testament perioden, Griekenland, de revolutie in Amerika, de kruistochten, etc. Daar maakte ik voor het eerst kennis met het begrip van de akashic records of het Akasha Archief of De Akasha Kronieken. Het begrip Akasha-archief komt overeen met een collectief geheugen, een opslagplaats, waar alle gedachten, emoties en gebeurtenissen van alle tijden op aarde zijn opgeslagen en die benaderd kunnen worden door paranormale mensen.

Regressie-hypnose
Zo kwam ik ook het verschijnsel reïncarnatie tegen als een fenomeen bij regressie-hypnose. Toen ik in mijn interesse in paranormale vermogens meer las over hypnose kwam ik daarmee samenhangend ook de regressie-hypnose tegen. Daarbij gingen mensen (oa bij de behandeling van trauma’s) niet alleen terug naar eerdere situaties in hun leven, maar zelfs verder terug tot voor hun geboorte, meestal een vorig leven of zelfs perioden tussen levens.

De ervaringen van Morey Bernstein beschreven in zijn boek “The search for Bridey Murphy” (1956) over een tijdens regressietherapie gebleken vorig bestaan van Ruth Simmons uit Pueblo, Colorado als een eenvoudige Ierse plattelandsvrouw Bridey Murphy in de eerste helft van de 19e eeuw in Belfast trokken destijds veel aandacht. Veel van de door haar genoemde feiten konden als waar worden nagetrokken, hoewel men geen historische Bridey Murphy heeft kunnen vinden, die paste in de feiten van deze regressies.

Ik kan mij 2 documentaire programma’s hierover op TV herinneren, één programma van een Australische hypnotiseur, Peter Ramster, die in zijn documentaire vier cases liet zien, onder wie een vrouw op het Engelse platteland terecht kwam, die zelfs oud Engels dialect ging spreken. Het andere was een wekelijkse serie “Wie was ik?” van de KRO in 2005, waarin Lowie de Bie 52 mensen onder hypnose terug bracht naar een vorig leven. Acht van hen wisten zich nog dingen te herinneren, die tegenwoordig nog waren te achterhalen, o.a. in bezoeken aan die plaatsen.

Ik moet hier ook Michael Newton noemen met zijn beroemde Life Between Lives (LBL) regressie therapie methode, die aanvankelijk hier niet in geloofde en later wereldberoemd werd door zijn boeken over de reis der zielen na het sterven en daarna toegang tot vorige levens.  In dit interview vertelt hij hoe hij deze mogelijkheid ontdekte.

Meer erover lezen
Maar ik denk ook aan boeken met de ervaringen en studies als bijvoorbeeld “Vorige Levens” (Life Before Life, 1989) van de Amerikaanse arts Raymond A. Moody en “Reincarnatie, 20 gevallen van vermoedelijke wedergeboorte” (Twenty Cases Suggestive of Reincarnation, 1981) van Prof. Dr. Ian Stevenson, die via serieus wetenschappelijk onderzoek vele gevallen van reïncarnatie hebben onderzocht en gedocumenteerd. Vooral het boek van Ian Stevenson met zijn serieuze wetenschappelijke benadering maakte grote indruk op mij. Ook de beide boeken “Een ring van Licht, (1+2)” van Hans ten Dam (1983) droegen veel bij aan mijn inzichten. En daarnaast nog de nodige andere publicaties, waaronder “Parapsychologisch reïncarnatieonderzoek” van Drs. Titus P.M. Rivas (hierover verder op deze pagina meer).

Ook het boek “Initiation” van Elisabeth Haich boeide mij zeer, waarin zij haar vroegere leven in Egypte en de toen doorgemaakte initiatie beschreef vervlochten met haar latere leven, waarin ook personen van toen weer terugkwamen.

En de boekjes serie over ervaringen met kinderen van Henri De Vidal de Saint Germain vanuit zijn therapeutische practijk.

Zie ook bijvoorbeeld John Van Auken van de Association for Research and Enlightenment in de video met zijn presentatie over onze ziel tijdens en buiten het fysieke bestaan. Het leven van onze ziel omvat zowel vorige levens als het bestaan tussen incarnaties, waarbij het gaat over reïncarnatie en karma.

Recentere ervaringen, die ik tegen kwam
Daarnaast zijn er diverse – soms aangrijpende – ervaringen van contact met overleden personen, al dan niet via paranormale mediums, in dromen of bij jonge kinderen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan:

  • De ervaring van mijn nichtje met een medium, toen mijn moeder “doorkwam” op een bijeenkomst waar zij een voorwerp had meegenomen, dat zij ooit van haar oma had gekregen en haar vertelde: “Het is hier goed met mij” (en ook refereerde aan de periode in haar leven van dat moment).
  • De ervaring van een ander nichtje, dat kort na het overlijden van mijn vader haar opa in een droom voor haar bed zag staan, iets wat vaker blijkt voor te komen, wanneer familieleden de kort daarvoor overledene nog om zich heen in huis voelen. Zie ook de beschrijving van Pim van Lommel op de volgende pagina over NDE van contacten met het bewustzijn van overleden personen, de zogenoemde post-mortale ervaringen. “Vaak gebeuren dit soort ervaringen ’s nachts, het is echter geen droom maar een vorm van contact tijdens droomloze diepe slaap.”
  • De gebeurtenis met het Amerikaanse jongetje, dat zich identificeerde als de vrouw die tijdens een brand in een flatgebouw was omgekomen (zie het internet artikel hierover uit 2011).
  • De case van James Leininger, waar dr. James Tucker over vertelde van een jongetje dat al heel jong (v.a. 1½ à 2 jaar) beweerde als piloot door de Japanners te zijn neergeschoten bij de Iwo Jima aanval (zie zijn indrukwekkende presentatie hierover. Dit onderwerp komt in de video aan de orde tussen de tijdstippen 1:13:11 – 1:22:55). Alle feiten daaromheen konden worden nagetrokken en bleken te kloppen.

En tenslotte is er de indrukwekkende studie van de cardioloog Pim van Lommel, die in zijn praktijk geconfronteerd werd met het verschijnsel van bijna-dood-ervaringen waar hij aanvankelijk niet in geloofde. Doordat het verschijnsel hem intrigeerde heeft hij daar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar verricht, waarvan de resultaten in 2001 werden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Vervolgens heeft hij zijn ervaringen neergelegd in het boek “Eindeloos bewustzijn” met een uitgebreide onderbouwing aan feiten en literatuur. In de pagina hierna wordt nader ingegaan op Nabije-doodervaringen, maar ik noem het hier ook, omdat het een voorbeeld is van recent wetenschappelijk onderzoek, dat ook past in de inzichten in reïncarnatie en deze verder onderbouwt.

Onderzoek uit de laatste decennia biedt steeds meer bewijs
Het wetenschappelijk onderzoek is de afgelopen jaren steeds verder op gang gekomen met een stroom aan publicaties. Daarin spelen wat mij betreft Titus Rivas en Dr. Ian Stevenson een centrale rol.

Titus Rivas
In 2007 publiceerde Titus Rivas samen met Dr. Kirti Swaroop Rawat het boek “REINCARNATION The Scientific Evidence is Building”, opgedragen ‘aan alle wetenschappers, die bijdragen aan reïncarnatie onderzoek en ter nagedachtenis aan Dr. Ian Stevenson (1918-2007)’. Door irritant gedrag van de uitgever Writers Publisher Vancouver BC en een te onnadenkend aangegaan contract is dat boek helaas niet meer verkrijgbaar, hoewel het nog wel steeds vermeld wordt op hun website met vele niet werkende links en contact niet wordt beantwoord, terwijl anderzijds iedere vorm van publicatie wordt tegengewerkt onder dreiging met processen.

Het boek ontstond naar aanleiding van een in 1991 in Spanje georganiseerde internationale conferentie over onderzoek naar voortbestaan en reïncarnatie. Daar ontmoetten Dr. Kirti Swaroop Rawat en Titus Rivas elkaar voor het eerst en besloten zij samen een boek te schrijven over wat zij als goede bewijsvorming beschouwden. Het bevat een gedegen verhandeling over het onderwerp en bij ieder hoofdstuk zeer uitgebreide literatuurverwijzingen. Omdat dit boek helaas niet meer verkrijgbaar is en de inhoud op straffe van processen ook niet meer geheel of gedeeltelijk gepubliceerd mag worden heb ik als vervanger een eerdere publicatie “Parapsychologisch reïncarnatieonderzoek” van Titus Rivas uit 2003 met zijn instemming aangevuld met de uitgebreide literatuurverwijzingen, welke versie hier geopend en evt gedownload kan worden. Deze is zeer de moeite waard om te lezen om te begrijpen waar het bij reïncarnatie om gaat.

Titus Rivas is een uiterst productieve wetenschapper die het reïncarnatieonderzoek zowel filosofisch, parapsychologisch als practisch benadert in zijn boeken, artikelen en boekbesprekingen. Een overzicht hiervan is bijvoorbeeld te vinden op de website http://txtxs.nl/zoek_auteur.asp met de uitgebreide database met (downloadbare) artikelen van voornamelijk Titus Rivas, maar ook van een aantal anderen.

Dr. Ian Stevenson
Omdat Ian Stevenson als de nestor van het westerse parapsychologische reïncarnatieonderzoek beschouwd kan worden neem ik hier een samenvatting op van het ‘In Memoriam’ van Titus Rivas na zijn overlijden in 2007, dat gepubliceerd werd in het ‘Tijdschrift voor parapsychologie’. Hoe belangrijk zijn rol was in het wetenschappelijk reïncarnatieonderzoek blijkt wel uit het vele voorkomen van zijn naam in de literatuurverwijzingen in de hiervoor genoemde publicatie “Parapsychologisch reïncarnatieonderzoek”.

Voor mij voldoende overtuigend
Uit al dit materiaal en vele andere ervaringen komt een beeld naar boven, dat het voortbestaan na dit leven – of beter een aaneenschakeling van vele elkaar opvolgende levens, waarbij karma een rol speelt – mij vele malen aannemelijker voorkomt dan de aanname, dat het bestaan van een mens niet verder reikt dan de periode tussen conceptie en het uitblazen van de laatste adem.

In Memoriam Ian Stevenson
Op 8 februari 2007 overleed dr. Ian Stevenson, emeritus hoogleraar aan de Faculteit Persoonlijkheidsleer van de Universiteit van Virginia te Charlottesville. Ian Stevenson werd geboren op 31 oktober 1918 te Montreal (Canada) als zoon van de Schotse jurist John Stevenson. Zijn moeder Ruth Preston Stevenson bezat een grote bibliotheek over paranormale verschijnselen.
Na een studie geneeskunde aan de St. Andrew’s University in Schotland en de McGill Universiteit in Montreal werkte hij enige tijd bij ziekenhuizen in Canada en de V.S. Hij interesseerde zich sterk voor psychosomatische aandoeningen en besloot zich te specialiseren in de psychiatrie. Stevenson experimenteerde een tijdje met geestverruimende drugs zoals LSD en verwierp het psychoanalytische model van Freud van de ontwikkeling van de persoonlijkheid. In 1957 werd hij psychiater aan de Universiteit van Virginia.Reeds in de jaren ’50 raakte Stevenson geboeid door het onderwerp kinderen met herinneringen aan vorige levens. Hij voerde een grondig literatuuronderzoek uit dat in 1960 werd gepubliceerd, The evidence for survival from claimed memories of former incarnations. Chester Carlson, de uitvinder van de Xerox kopieermachines, vond dit artikel zo belangrijk dat hij besloot Stevensons eigen veldwerk op dit gebied te sponsoren. Vanaf 1961 reisde de psychiater af naar verre landen als India, Sri Lanka, Libanon, Turkije, Burma, Thailand en Brazilië. In totaal verzamelde hij meer dan 2500 gevallen, waaronder ook gevallen uit Europa en Amerika. Hij deed nauwkeurig verslag van zijn bevindingen in artikelen en boeken, zoals Twenty cases suggestive of reincarnation, Children who remember previous lives, Reincarnation and biology en European Cases of the Reincarnation Type.  Zijn werken Xenoglossy en Unlearned Language bieden een overzicht van de paranormale taalvaardigheid in een taal die men nooit in dit leven geleerd heeft.Een ‘Case of the Reincarnation Type’ (Stevensons standaardterm) of CORT begint meestal met de uitspraken over een vorig leven van een jong kind van gemiddeld 3 jaar. De uitspraken houden gemiddeld enkele jaren aan en kunnen gepaard gaan met emoties, verlangens en een sterke identificatie met wat het kind als herinneringen ervaart. In een paranormaal geval komen de uitspraken in hoge mate overeen met feiten over een historische overledene waarvan het kind niet op een normale manier kennis genomen kan hebben. Er kan ook sprake zijn van paranormale vaardigheden en lichamelijke kenmerken die verband houden met het vorige leven. Het kind houdt meestal op over zijn herinneringen wanneer het naar de lagere school gaat. In sommige gevallen zijn er ook herinneringen aan een spirituele tussenperiode die lijken op bijnadoodervaringen. Ondertussen kon Stevenson door een nalatenschap van Carlson uiteindelijk zijn eigen faculteit Persoonlijkheidsleer opzetten. Naast reïncarnatie, worden hier ook andere deelgebieden van het survival onderzoek bestudeerd, zoals bijnadoodervaringen en geestverschijningen, en ook nog spontane gevallen van telepathie en psychokinese. Stevenson schreef ook hier papers en boeken over, soms samen met medewerkers van de faculteit, zoals Bruce Greyson en Emily Kelly. Ian Stevenson is praktisch tot het eind actief gebleven, onder meer in de vorm van een gezamenlijk boek met Mary Rose Barrington en Zofia Weaver over de vroege paragnost Stephan Ossowiecki. Zijn werk rond reïncarnatie wordt aan de faculteit voortgezet door de kinderpsychiater Jim Tucker en daarnaast door andere onderzoekers zoals Erlendur Haraldsson, Satwant Pasricha, Antonia Mills, Kirti Swaroop Rawat en Jürgen Keil.
Vermeende naïviteit
Ian Stevenson is meer dan eens beschuldigd van intellectuele naïviteit. Allereerst zou zijn reïncarnatieonderzoek zozeer in strijd zijn met de basisinzichten van de moderne neuropsychologie, dat het geen belangwekkende wetenschappelijke resultaten zou kunnen opleveren. In werkelijkheid was Stevenson zich steeds bewust van het materialistische paradigma van de gevestigde neurologie dat de geest opvat als een product van het brein of zelfs gelijk stelt aan bepaalde functies ervan. Hij nam hier expliciet stelling tegen, niet vanuit onwetendheid, maar als verklaarde voorstander van een dualistisch paradigma op ontologische grondslag.
Voorts stelt men nogal eens dat de gevallen gemakkelijk verklaard kunnen worden door sociaal-psychologische factoren. Maar ook in dit opzicht heeft Stevenson zich steeds weer uitgeput in argumenten waarom dit al dan niet aannemelijk is in concrete gevallen.
Bovendien zou Stevenson niet goed op de hoogte zijn geweest van de mogelijkheden om paranormale CORTs te verklaren door middel van een vorm van ESP. Hij was zich echter volledig bewust van de pogingen om zijn bewijsmateriaal te verklaren door een zogeheten Super ESP- hypothese, en leverde er expliciet en uitvoerig kritiek op. Hij wees op de psychologische onaannemelijkheid dat een kind zich onbewust – via ESP – emotioneel zou willen identificeren met een tot dan toe volslagen onbekende overledene. Ook benadrukte hij de gevallen van kinderen met paranormale vaardigheden of moedervlekken en geboorteafwijkingen die specifiek lijken samen te hangen met dodelijke verwondingen uit een vorig leven. Dit soort gevallen bevat namelijk meer dan alleen paranormale informatie en kan daarom ook niet afdoende door buitenzintuiglijke waarneming verklaard worden. De filosoof Stephen Braude erkent in zijn recente boek Immortal Remains, dat Stevensons onderzoek uitzonderlijk goed bewijsmateriaal voor een leven na de dood heeft opgeleverd, doordat Super ESP om motivatie-psychologische redenen bijzonder onaannemelijk is. Stevenson sprak overigens nergens van een ‘hard’, natuurwetenschappelijk bewijs voor reïncarnatie, maar stelde wel dat er inmiddels voldoende bewijsmateriaal is om er rationeel in te kunnen geloven. Hij zag de reïncarnatie hypothese daarbij niet alleen als de beste verklaring voor een harde kern van gevallen, maar wees ook op de explanatory power ervan binnen o.a. de persoonlijkheidsleer, psychiatrie en ontwikkelingspsychologie. Opvallend genoeg stelde Stevenson (in weerwil van populaire literatuur) dat hypnose nauwelijks interessant bewijsmateriaal heeft opgeleverd en dat er geen duidelijke aanwijzingen gevonden zijn voor het veronderstelde fenomeen karma. Op een vergelijkbare manier als rond reïncarnatie heeft Stevenson zich gebogen over argumenten voor Super ESP-verklaringen van o.a. gevallen van poltergeist, verschijningen, drop-in communicators en bijnadoodervaringen. Door zijn afgewogen, deskundige beschouwingen zijn ook Stevensons publicaties over deze onderwerpen bijzonder waardevol.
Ian Stevenson en de parapsychologie
Stevenson onderscheidde zich binnen de parapsychologie behalve door zijn grote interesse voor reïncarnatie en leven na dood ook nog door zijn sterke nadruk op naturalistisch onderzoek in de lijn van de oorspronkelijke psychical research. Op den duur voelde hij zich minder thuis binnen de mainstream parapsychologie, die zich juist meer richtte op het onderzoeken van ESP en psychokinese in laboratoria. Volgens Stevenson was de parapsychologie als aparte tak van wetenschap gedoemd te mislukken, zeker als men door zou gaan op de ingeslagen weg. Uiteindelijk werd zijn frustratie over de koers van veel parapsychologen zo groot, dat hij besloot zichzelf niet langer als parapsycholoog te profileren. Hij stelde zich voortaan op als een conventionele wetenschapper met ongewone interesses. Overigens had Stevenson hierbij niet de illusie dat hij nog binnen zijn eigen leven veel zou kunnen veranderen in de gevestigde wetenschap.
Verlies voor de parapsychologie
Er is momenteel geen parapsychologisch onderzoeker met zoveel jaren ervaring op het gebied van naturalistisch onderzoek als voor Stevenson gold. Daarnaast was hij geliefd bij collega’s met een academische achtergrond, maar ook bij een zeer gemêleerd lezerspubliek. In andere opzichten is er echter weinig reden tot treuren. Ian Stevenson heeft als geen ander een empirische basis gelegd voor een springlevende dualistische traditie binnen de parapsychologie. Het zou mij niets verbazen als Stevenson hier ook door komende generaties intellectuelen om geëerd zal worden. Laten we hopen dat hij er – op welke manier ook – van mee mag genieten.Titus Rivas
Artikel voor het Tijdschrift voor Parapsychologie, 2007, nummer 1.