Nabij-de-Doodervaring (NDE)

Hoewel het fenomeen al veel langer bekend was, is het pas de laatste jaren sterk in de belangstelling komen te staan, waarbij het ook pas de naam “Nabij de Dood Ervaring” (of NDE en eerder ook wel Bijna Dood Ervaring of BDE) kreeg. Een belangrijke aanleiding voor ook wetenschappelijke belangstelling was het verschijnen van een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift “The Lancet” over de onderzoeksresultaten van Pim van Lommel in 10 ziekenhuizen. Later publiceerde hij zijn boek “Eindeloos bewustzijn”, wat veel belangstelling trok. In 1988 nam hij met enkele anderen het initiatief om de Stichting “Merkawah” op te richten, die later verder ging onder de naam “Netwerk Nabij-de doodErvaringen” (www.netwerknde.nl). Zie ook deze heldere uitleg over NDE’s in deze video van een interview met Pim van Lommel en enkele persoonlijke ervaringen.

Wat is een Nabij-de-dood-ervaring?
Een nabij-de-dood-ervaring (NDE) is een geheel van indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand die het gevolg is van een periode van klinisch-dood zijn, een ernstige ziekte, een bijna fatale situatie of een stervensproces.

Een NDE kan ook voorkomen bij hoge stress, tijdens een existentiële crisis of bij diepe meditatie en in zeer uitzonderlijke situaties zelfs heel spontaan.

Het is een indringende levensles, die het leven van de NDE-er blijvend verandert.
Het lijkt wel alsof er een geheime deur open gaat die toegang geeft tot een nieuwe wereld …
• waar men voor altijd wil blijven
• waar tijd en afstand geen rol spelen
• waar verleden en toekomst geschouwd kunnen worden
• waar men zichzelf compleet voelt en geheeld weet en
• waar oneindige kennis en onvoorwaardelijke liefde ervaren worden

De verandering in het leven van een NDE-er komt vooral door het inzicht dat liefde en aandacht voor jezelf, voor anderen en de natuur belangrijke levensvoorwaarden zijn.
Na een NDE beseft men dat iedereen en alles met elkaar verbonden is, dat elke gedachte invloed heeft op jezelf en de ander, en dat ons bewustzijn, na de lichamelijke dood, blijft bestaan.

Wanneer spreek je van een NDE?
De laatste 50 jaar hebben vermoedelijk ruim 25 miljoen mensen in de wereld een NDE meegemaakt. In Nederland mogelijk enkele honderdduizenden mensen.
Eerst een video van een interview van Jacobine Geel in het NCRV programma ‘Jacobine op Zondag’ van 14 januari 2018 met Pim van Lommel, Rinus van Warven en Lucia Prinsen. En ook een KRO documentaire ‘Een Tweede Leven’ uit 2010 van Karin de Groot over 16 NDE’s in 8 afleveringen (starten door op de afzonderlijke afbeeldingen te klikken).
De NDE komt onder allerlei omstandigheden voor, in alle lagen van de maatschappij, bij alle bevolkingsgroepen, bij alle religies, in alle culturen en in alle leeftijden.

We spreken van een NDE als er bij zo’n ervaring sprake is van drie of meer van de volgende aspecten:
• Onuitsprekelijkheid
• Het gevoel van rust en vrede
• Geen pijn meer
• Het besef dood te zijn
• Uittredingservaring
• Het gevoel zich te bewegen in een donkere ruimte, vaak een ‘tunnel’ genoemd met aan het einde een helder licht
• Waarnemen van een andere onaardse omgeving, met prachtige kleuren en soms muziek
• Ontmoeting en communicatie met overleden personen
• Contact met een stralend, niet verblindend licht
• Een diepgaande communicatie, meestal in een sfeer van onvoorwaardelijke liefde en acceptatie
• Een levensschouw terug-/ vooruitblik
• Tijd en afstand bestaan niet
• Waarnemen van een “grens”, van waarachter geen terugkeer mogelijk is
• Terugkeer in lichaam, vaak met besef van doel in leven

Materialistisch geörienteerde wetenschappers trachten nabije-dood-ervaringen nog steeds “weg te verklaren”, getuige bijgaand artikel van Jim van der Heijden.

Mogelijke gevolgen van een nabij-de-dood-ervaring
• Zelfaanvaarding en veranderd zelfbeeld
• Medeleven met anderen
• Waardering van het leven
• Geen angst meer voor de dood en geloof in leven na de dood
• Verminderde kerkelijkheid bij toegenomen religieuze gevoelens
• Toegenomen spiritualiteit
• Meer zelfvertrouwen
• Verminderde belangstelling voor materieel gewin of status
• Een gevoel van Gods aanwezigheid
• Spanningen die kunnen leiden tot psychische problematiek, zoals depressies, heimwee gevoelens en eenzaamheid
• Langere tijd veel problemen houden met de acceptatie en integratie van verkregen nieuw levensinzicht
• Het veranderde inzicht berust voor mensen na een NDE niet meer op geloof, maar op een zeker weten
• Mensen die een NDE hebben gehad veranderen vaak
• NDE-ers hebben ervaren dat niet alleen elke handeling, elke daad, maar ook elke gedachte een energieveld is, dat invloed uit oefent op hun omgeving en op henzelf
• Daarnaast bestaat er tijdens een NDE geen tijd of afstand
• Na de NDE kan dit gevoel blijven bestaan
• Na een NDE kunnen mensen een verhoogde intuïtie krijgen
• Zij kunnen verlangen naar het gelukzalig bestaan dat zij in hun NDE hebben ontdekt

Pim van Lommel hield bij het 25-jarig jubileum van Merkawah in 2013 een lezing, waarin hij terugkeek op de ontwikkelingen rond Nabij-de-doodervaringen. Omdat die lezing een goed beeld geeft heb ik de samenvatting uit het jubileumnummer van het blad ‘Terugkeer” hier opgenomen.

25 jaar Stichting Merkawah, en wat er in die tijd is veranderd in de visie over Bijna-Dood Ervaringen

Pim van LommelNu Stichting Merkawah 25 jaar bestaat lijkt het een goed moment om eens terug te gaan naar de beginjaren van onze stichting, en om te zien wat er sinds die tijd is veranderd in de wetenschappelijke inzichten, de erkenning en de acceptie van bijna-dood-ervaringen (BDE) in Nederland.

Een bijna-doodervaring roept nog steeds bij veel mensen, en al helemaal bij artsen en andere academici, ongelovige reacties of kritische vragen op. Een BDE is immers een overweldigende confrontatie met onbegrensde dimensies van ons bewustzijn, en zolang men zelf geen BDE heeft ervaren heeft men meestal geen idee van de impact en de ingrijpende gevolgen van zo’n ervaring. Het bestaande wereldbeeld wordt volledig op zijn kop gezet. En dat geldt ook voor de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar de BDE, waarin de nooit bewezen natuurwetenschappelijke veronderstelling ter discussie wordt gesteld dat bewustzijn slechts het product zou zijn van de functie van ons brein.

Mijn eigen interesse in BDE ontstond toen ik in 1986 een boekje las van George Ritchie, getiteld “Terugkeer uit de Dood”, waarin hij uitgebreid schrijft over zijn BDE die hij in 1943 als medisch student had tijdens de negen minuten dat hij door een arts dood was verklaard als gevolg van complicaties van een dubbele longontsteking. In die tijd waren antibiotica nog niet ruim voorhanden. Ik had in 1969 al eerder een verhaal van een BDE gehoord van een patiënt die succesvol was gereanimeerd, maar de term BDE bestond toen nog niet, en ik had ook nooit eerder gehoord dat mensen herinneringen zouden kunnen hebben aan de periode van hun hartstilstand. Ik had tijdens mijn medische studie altijd geleerd dat zoiets helemaal niet mogelijk was.
Na het lezen van het boekje van George Ritchie ben ik op mijn polikliniek aan mensen, die ooit in het verleden succesvol waren gereanimeerd, systematisch gaan vragen of ze zich iets konden herinneren van de periode van hun hartstilstand, dus van de periode van hun bewusteloosheid. En tot mijn niet geringe verbazing had ik in twee jaar tijd twaalf verhalen van zo’n bijna-dood-ervaring gehoord bij ruim vijftig mensen die in het verleden hun hartstilstand hadden overleefd! Daarvóór had ik het, behalve toen die ene keer in 1969, nooit meer gehoord. En ik had er ook nooit meer naar gevraagd, ik had er dus nooit meer open voor gestaan.

Door al die verhalen die ik nu hoorde was mijn wetenschappelijke nieuwsgierigheid toch wel gewekt. Want uiteindelijk is het volgens onze huidige medische inzichten niet mogelijk om bewustzijn te ervaren als je hart stilstaat, dus als je bewusteloos bent door het wegvallen van de bloeddruk en de ademhaling. Maar sommige mensen die een levensbedreigende crisis zoals een hartstilstand hadden overleefd, meldden een buitengewone ervaring in hun bewustzijn.

Een BDE is de gemelde herinnering aan alle indrukken tijdens zo’n bijzondere bewustzijnstoestand, met enkele specifieke elementen, Zoals het ervaren van een tunnel, het licht, een levensterugblik, het ontmoeten van overleden dierbaren, het waarnemen van je eigen reanimatie (uittreding), of de bewuste terugkeer in het lichaam. Deze bijzondere bewustzijnstoestand kan optreden tijdens een hartstilstand, dus tijdens een periode van klinische dood, maar ook bij ernstige ziekte, bij een hersenbeschadiging met coma ten gevolge van een verkeersongeluk, tijdens algemene anesthesie bij ernstige complicaties tijdens een operatie, bij shock door bloedverlies, bijvoorbeeld tijdens of na een bevalling, bij een bijna-verdrinking (meestal kinderen), of tijdens het stervensproces (een levenseinde-ervaring). Echter soms ook bij depressie, tijdens meditatie, of zonder duidelijke oorzaak! Men hoeft dus geen hersenbeschadiging te hebben om een BDE te ervaren. Verder heeft deze ervaring altijd een transformatief karakter, onder anderen de angst voor de dood verdwijnt, men krijgt een ander inzicht in wat werkelijk belangrijk is in het leven, en men ervaart een verhoogde intuïtieve gevoeligheid.

Oprichten Merkawah en eerste prospectieve studie
In 1988 werd in Nederland een lezing gehouden over het verschijnsel BDE door een psycholoog uit Engeland, en ik ben uit nieuwsgierigheid en interesse naar deze lezing komen luisteren. Bij deze voordracht waren ook twee psychologen aanwezig die een eindscriptie hadden geschreven over BDE: Vincent Meijers en Ruud van Wees, en tevens twee vertegenwoordigers van de Elizabeth Kübler-Ross Stichting: Ina Vonk en de chirurg Nico Vissel. Deze bijeenkomst was voor ons vijven de aanleiding om in Nederland de Stichting Merkawah op te richten, als onderdeel van IANDS (the International Association of Near-Death Studies) omdat er in Nederland nog zeer weinig bekend was over BDE, er geen opvang was voor mensen die een BDE hadden ervaren, en er nog nooit goed wetenschappelijk onderzoek naar BDE was verricht. In boeken en populaire artikelen werd er van uit gegaan dat deze ervaringen wel bestonden, maar waarschijnlijk veroorzaakt werden door zuurstoftekort in de hersenen, en/of door bijwerkingen van medicijnen of het gevolg waren van doodsangst, hallucinaties, dromen of gewoon inbeelding.

Tot 1988 was er alleen maar retrospectief onderzoek geweest bij mensen met een BDE in het verleden, met hierdoor grote selectie van patiënten, en het bleek ook bijna onmogelijk om tientallen jaren later nauwkeurig alle medische omstandigheden te achterhalen. Dus zijn we in Nederland in 1988 in tien Nederlandse ziekenhuizen een prospectieve studie gestart bij 344 achtereenvolgende patiënten die een hartstilstand hadden overleefd, dus met een duidelijk objectiveerbare en kritieke medische situatie, reeds in een, nog omkeerbare stervensfase. Een prospectieve studie betekent dat patiënten binnen enkele dagen worden gevraagd of ze zich wat kunnen herinneren van de periode van hun hartstilstand, dus van hun periode van bewusteloosheid. En alle medische en overige gegevens werden nauwkeurig geregistreerd. Ook werd er een longitudinale of lange-termijn studie naar levensveranderingen verricht door interviews na twee en na acht jaar bij alle patiënten met een BDE, en bij een controlegroep van patiënten zónder BDE, met de vraag of veranderingen het gevolg zijn van een hartstilstand of van de BDE. Ook dit was nooit eerder in een prospectieve opzet bestudeerd.

De studie werd door het bestuur van de Stichting Merkawah geïnitieerd en gecoördineerd. Het ontwerp van de studie kwam vooral van Vincent Meijers met hulp van Ruud van Wees; de organisatie voor de medewerking van de verschillende ziekenhuizen, en de klinische interviews en medische gegevens van patiënten die hun hartstilstand hadden overleefd, werden door mij gecoördineerd en deels uitgevoerd.

De interviews na twee jaar bij alle patiënten met een BDE die nog in leven waren, en bij de controlegroep, werden onder leiding van Vincent Meijers en Ruud van Wees verricht, en de interviews na acht jaar werden verricht door Ingrid Elfferich. De statistische verwerking van alle gegevens viel onder de verantwoordelijkheid van Ruud van Wees. Het uiteindelijke artikel in The Lancet werd geschreven door mij in samenwerking met Ruud van Wees. (hieronder de kop van dat artikel)

Kop artikel The LancetDankzij de enorme inzet van veel vrijwilligers in de tien ziekenhuizen, en van vrijwilligers onder de inspirerende leiding van Vincent Meijers en Ruud van Wees voor de latere interviews, was het mogelijk deze studie in tien jaar af te ronden.
Tot onze grote verassing, en in tegenspraak met eerdere retrospectieve studies, vonden wij dat een fysiologische verklaring voor de oorzaak van een BDE, zoals zuurstoftekort, kon worden uitgesloten, evenals een psychologische verklaring zoals doodsangst of een farmacologische verklaring zoals bijwerkingen van medicijnen. Ook andere mogelijke factoren, die het melden van een BDE zouden kunnen verklaren, konden worden uitgesloten. En uit onze lange termijn studie bleek dat de genoemde veranderingsprocessen specifiek zijn voor mensen met een BDE, en niet veroorzaakt kunnen worden door de hartstilstand op zich.

Onze Nederlandse studie werd uiteindelijk in december 2001 in de Lancet gepubliceerd. Het is nog steeds de grootste prospectieve studie naar BDE, de enige BDE-studie met statistische berekeningen, en het is ook nog steeds de meest geciteerde wetenschappelijke studie over BDE. Daarnaast werd er door Merkawah onder de goede leiding van Ina Vonk gestart met tweemaal per jaar georganiseerde bijeenkomsten voor mensen die een BDE hadden ervaren. Deze bijeenkomsten waren ook toegankelijk voor belangstellenden, hulpverleners, en familie. Er werd door Ina ook een telefoonlijn geopend voor hulpvragen en inlichtingen, en het kwartaaltijdschrift Terugkeer werd gestart.

Het heeft jaren geduurd tot er wat meer erkenning kwam voor mensen met een BDE in Nederland, met name in de gezondheidszorg, en er is helaas nog steeds veel te weinig kennis over het verschijnsel BDE bij hulpverleners als artsen, verpleging, psychologen en psychiaters. Dit ondanks de vele wetenschappelijke artikelen en boeken die de laatste 25 jaar verschenen, en de vele radio- en tv-programma’s. Want een meerderheid van mensen die zich verdiepen in bewustzijnsonderzoek zoals neurowetenschappers, psychologen en filosofen blijft nog steeds van mening dat bewustzijn materialistisch en reductionistisch verklaard kan worden. Men is van mening dat bewustzijn niets anders is dan materie, en dat onze subjectieve ervaring, dat ons bewustzijn iets zuiver persoonlijks is en verschilt van het bewustzijn van iemand anders, slechts een illusie is. Bewustzijn komt volgens deze wetenschappers volledig voort uit de materie waaruit onze hersenen bestaan, en zo zou ons gedrag, en onze vrije wil, dus onontkoombaar alleen het gevolg zijn van de chemische en elektrische werking van zenuwcellen.

De huidige wetenschap gaat meestal nog uit van een werkelijkheid die alleen gebaseerd is op fysiek waarneembare gegevens. Maar men moet ook beseffen dat naast objectieve, zintuiglijke waarneming ook subjectieve aspecten zoals gedachten, gevoelens, inspiratie en intuïtie een rol spelen. Men is met de huidige wetenschappelijke ‘objectieve’ technieken niet in staat de ‘subjectieve’ inhoud van het bewustzijn te meten of aan te tonen. Wat men kan meten zijn slechts de meetbare chemische, elektrische of magnetische activiteitveranderingen in de hersenen (Pet-scan, EEG, MEG), en veranderingen in de bloedvoorziening van de hersenen (fMRI), en dit zijn zogenaamde correlaties of samenhang, maar dat zegt dus niets over het feit of de gemeten activiteit de oorzaak of juist het gevolg is van bewustzijn. Direct bewijs hoe neuronen of neuronale netwerken mogelijkerwijs de subjectieve essentie van onze gedachten en gevoelens zouden kunnen produceren ontbreekt momenteel nog volledig.

Boek “Eindeloos Bewustzijn”
In mijn boek “Eindeloos Bewustzijn” heb ik geschreven dat op basis van prospectieve studies naar bijna-doodervaringen, recente uitkomsten van neurofysiologisch onderzoek en concepten uit de kwantumfysica, het bewustzijn volgens mijn vaste overtuiging niet op een bepaalde tijd en plaats is te lokaliseren. Dit wordt non-lokaliteit genoemd. Het volledige en eindeloze bewustzijn is overal aanwezig in een niet aan tijd en plaats gebonden ruimte, waar verleden, heden en toekomst tegelijk aanwezig en toegankelijk zijn. Dit eindeloze bewustzijn is continu om ons en in ons aanwezig. Een non-lokale ruimte en een non-lokaal bewustzijn zijn op theoretische gronden niet aantoonbaar of meetbaar in de fysieke wereld. De hersenen en het lichaam functioneren slechts als een opvangstation of resonantieplaats om een gedeelte van ons totale bewustzijn en een deel van onze herinneringen in ons waakbewustzijn te ontvangen. Het non-lokale bewustzijn omvat veel meer dan ons waakbewustzijn, en beperkt zich dus niet tot onze hersenen. De functie van de hersenen zou zo kunnen worden beschouwd als die van een zendontvanger, en ons brein heeft dus geen producerende maar een faciliterende functie voor het bewustzijn: het maakt het ervaren van bewustzijn mogelijk. Ons dagelijks ervaren waakbewustzijn, ons ‘ego’, is dus slechts een ‘fysiek’ onderdeel van het eindeloze, non-lokale bewustzijn.

Onder zeer veel verschillende omstandigheden, op alle leeftijden, en in alle tijden en culturen zijn ervaringen van een verruimd of non-lokaal bewustzijn onafhankelijk van dit waakbewustzijn gemeld, zoals tijdens een kritieke medische situatie (een BDE), tijdens een acute situatie van een schijnbaar onvermijdelijke dood (een ‘doodsangst’ ervaring), tijdens meditatie of totale ontspanning (mystieke, verlichtende of eenheidservaring), tijdens veranderde bewustzijnstoestanden zoals tijdens regressie, hypnose, isolatie, bij ernstige depressie of bij het gebruik van bewustzijnsverruimende middelen zoals LSD of DMT. Tijdens de stervensfase worden identieke ervaringen gemeld, de zogenaamde levenseinde-ervaringen. Ervaringen door familieleden rondom het sterfbed en direct na het overlijden van een geliefd persoon worden tegenwoordig ook wel ‘gedeelde doodservaringen’ (of empathische BDE) genoemd. De onderlinge verbondenheid met dit onbegrensde bewustzijn verklaart ook ervaringen rondom en na het overlijden, zoals verschijningen op het moment van overlijden elders, zogenaamde peri-mortale ervaringen, of contacten met het bewustzijn van overleden personen, de zogenoemde post-mortale ervaringen. Vaak gebeuren dit soort ervaringen ’s nachts, het is echter geen droom maar een vorm van contact tijdens droomloze diepe slaap.

Een BDE is een zeer ingrijpende ervaring, die buiten ons normale verwachtingspatroon valt, waar eigenlijk geen woorden voor zijn, en waar meestal geen ruimte voor is om over te praten in onze westerse wereld, doordat er in onze algemeen geaccepteerde en materialistische wetenschap geen goede verklaring voor is. Een BDE betreft altijd een ervaring van een verruimd en eindeloos bewustzijn tijdens ons leven, en zo’n ervaring geeft een verrassend nieuw inzicht in leven en dood, maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor leven na de dood. Onze visie over de dood verandert echter bijna fundamenteel door de bijna onvermijdelijke conclusie dat bij de fysieke dood het bewustzijn kan blijven voortbestaan in een andere dimensie, in een onzichtbare, immateriële wereld, waarin verleden, heden en toekomst besloten ligt.

Er zijn nog steeds meer vragen dan antwoorden, maar gebaseerd op alle theoretische aspecten van de toch frequent gemelde ervaring van de continuïteit van ons bewustzijn, zouden wij toch serieus de mogelijkheid moeten overwegen dat de dood, net als geboorte, slechts een overgang zou kunnen zijn naar een andere staat van bewustzijn. De dood is dan slechts het einde van ons fysieke aspect. Onderzoek naar BDE geeft ons, nogmaals, niet het onomstotelijk wetenschappelijk bewijs van deze conclusie, omdat de mensen met een BDE niet definitief waren overleden, ze kwamen wel weer bij bewustzijn. Ze zijn echter allemaal wel heel dicht bij de dood geweest, reeds in een gelukkig nog reversibel stervensproces, en met totale uitval van alle hersenfuncties. Bewezen is dus dat bewustzijn onafhankelijk van ons lichaam ervaren kan worden, bij niet-meer functionerende hersenen. En deze conclusie verandert ons hele mensbeeld, en heeft gevolgen voor actuele medische en ethische vraagstukken.
Wat hebben wij, samenvattend, kunnen leren van de inzichten verkregen door wetenschappelijk onderzoek naar BDE? Het besef, dat wij allen met elkaar verbonden zijn, en ook altijd met elkaar verbonden blijven, dat elke gedachte invloed heeft op jezelf en de ander, en dat na de lichamelijke dood ons bewustzijn, onze essentie, waarschijnlijk blijft bestaan. Deze inzichten zijn al duizenden jaren oud, maar dank zij bijna-dood ervaringen worden deze inzichten weer in onze tijd aangereikt, en krijgen wij de kans om met ons hart te leren luisteren.

Wij moeten ook leren inzien, dat wij op een foute manier naar de wereld kijken, omdat wij onvoldoende beseffen dat de wereld, zoals wij die waarnemen, zijn subjectieve waarheid louter en alleen ontleent aan ons bewustzijn. Want ons bewustzijn bepaalt hoe wij tegen de wereld aankijken. Wij moeten ons bewustzijn veranderen om onze wereld te veranderen, om onze manier van leven te veranderen. Dit is samenvattend het inzicht, dat wij kunnen verkrijgen door open te staan voor de betekenis van BDE, door te luisteren naar mensen die hun BDE met ons willen delen.

Daarom blijft het enorm belangrijk dat de Stichting Merkawah ook de komende 25 jaar actief bezig blijft om voorlichting te geven over BDE, met name in de gezondheidszorg, en om mensen met een BDE te begeleiden om hun BDE, die aanvankelijk vaak wordt ervaren als een trauma, te accepteren en de integreren in het verdere leven.

Nu de feitelijke kenmerken van Bijna-doodervaringen steeds meer bekendheid en erkenning krijgen roept dat reacties op van de in het materialisme gewortelde wetenschap en dient ook de vraag zich aan wat dit betekent voor de religies. De materialistische  wetenschap, die het verschijnsel vooral tracht (weg) te verklaren met fysische redeneringen (zie bijvoorbeeld dit artikel van Jim Van der Heijden ‘Bijnadooddoeners: onkundige “verklaringen” van de bijna-doodervaring’) zal het daar steeds moeilijker mee krijgen, naarmate er op termijn meer resultaten uit wetenschappelijk onderzoek beschikbaar komen.
Ook de vaak ingrijpende gevolgen op de levensbeschouwing van mensen met een BDE zijn van betekenis voor hun kerkelijke betrokkenheid en voor religies meer in het algemeen.

Tijdens een discussie tussen een aantal BDE-onderzoekers werd ondermeer de vraag op tafel gelegd welke invloed men dacht dat het op de samenleving zou hebben wanneer bewezen werd, dat het bewustzijn overleeft na de fysieke dood. Dat leverde de volgende reacties op:

Pim van Lommel: Dit is een open vraag, die niet zomaar te beantwoorden is. Dat kost vele pagina’s, en vraagt veel te veel tijd om zorgvuldig te beantwoorden. Maar de veranderingen van levensinzicht, van wat echt belangrijk is in het leven, en het verlies van de angst voor de dood is precies wat alle mensen met een BDE ons kunnen leren. Dat is dan ook samenvattend het antwoord op deze vraag.

Penny Sartori: Ik denk niet zozeer dat het bewustzijn ‘de dood overleeft’, maar dat het eeuwig is en er altijd al was, we zijn ons daar alleen niet van bewust, omdat onze hersenen dit uitfilteren uit ons alledaagse bewustzijn. Alleen wanneer de filterfunctie van de hersenen wordt stilgelegd of gaat haperen, kunnen we dit bewustzijn volledig ervaren.
Wanneer je dit concept begrijpt, bevestigt het wat BDE’ers bedoelen als ze zeggen dat ze eenheid met anderen voelen. Het zal een enorm positieve invloed op de samenleving hebben als mensen beginnen te begrijpen dat we allemaal met elkaar verbonden zijn. We zullen dan leven vanuit een perspectief van liefde en mededogen voor elkaar, en niet meer vanuit angst. Ik ben er erg optimistisch over dat er een heel mooie toekomst aan zit te komen.

Bruce Greyson: Samenlevingen die waar ook ter wereld tegenwoordig al aanvaarden dat het bewustzijn de fysieke dood overleeft, lijken niet zo erg te verschillen van samenlevingen die geloven dat het bewustzijn eindigt met de dood. Ik denk dat onze visie op de samenleving en onze rol in het universum meer te maken heeft met onze persoonlijke en culturele erfenis dan met onze overtuigingen over een voortbestaan.

Janice Holden: Voor mij is het vraagstuk van het overleven van het bewustzijn niet de belangrijkste bevinding. Voor mij heeft het belangrijkste resultaat van het onderzoek te maken met wat BDE’ers ons zelf vertellen: dat hoe we met anderen omgaan letterlijk gelijk staat aan hoe we met onszelf omgaan. De wereld zou er heel anders uitzien als dat principe de leidraad van al onze handelingen zou worden.

Ernst Rodin: Als er ooit zo’n bewijs komt, wat ik betwijfel, zou de samenleving veranderen. Maar gezien de neiging van het menselijk ras om feiten te verdraaien al naar gelang de behoeften die men denkt te hebben, zijn veronderstellingen hierover aan mijn kant niet zo nuttig.


Korte biografische gegevens van bovenstaande buitenlandse onderzoekers
Dr Penny Sartori is een Britse verpleegkundige die jarenlang onderzoek heeft gedaan naar bijna-doodervaringen en daar tenslotte op promoveerde.
– De Amerikaanse psychiater Dr Bruce Greyson doet al sinds de zeventiger jaren uitgebreid onderzoek naar de BDE. Hij was 25 jaar lang de hoofdredacteur van het Journal of Near-Death Studies. Op zijn naam staan talloze artikelen over de BDE en aanverwante bewustzijnsverschijnselen.
Dr Janice Holden is universitair docent in het Department of Counseling and Higher Education, University of North Texas. Zij is sinds enkele jaren de opvolgster van Greyson in de functie van hoofdredacteur van het Journal of Near-Death Studies.
Dr Ernst Rodin is professor aan de faculteit neurologie van de universieit van Utah, USA.

Na lezing van het indrukwekkende boek van Penny Sartori, geschreven vanuit haar praktijkervaring als verplegende en na haar promotie onderzoek, Levensvreugde na BDE’s. Wat bijna-doodervaringen ons kunnen leren” kon ik het niet nalaten enkele pagina’s te kopiëren en hier op te nemen. Het is het laatste gedeelte van haar Conclusie in hoofdstuk 10, waarin zij benadrukt dat onze wetenschap – en in dit geval in de gezondheidszorg – eenzijdig gefocust is op de fysieke kant van onze gezondheid en de spirituele kant van ons wezen negeert. De huidige inzichten van BDE’s kunnen niet langer genegeerd of weg geredeneerd worden. Luisteren naar de ervaringen van BDE’s leert ons, dat de dood niet iets beangstigends is…. “Tijdens een BDE is er een overweldigend besef dat alles onderling is verbonden. Samen met de boodschap van de terugblik op het leven maakt dit duidelijk dat hoe we met anderen omgaan uiteindelijk zijn weerslag heeft op onszelf. Dit komt overeen met de ‘gouden regel’ die de kern vormt van elke religie en spirituele leer: bejegen anderen zoals je zelf wilt worden bejegend.”

Ik plaats hier ook nog een beschouwing van Stan Machielsens, voorzitter van de Vlaamse zustervereniging Limen (IANDS Vlaanderen) tijdens de jubileum bijeenkomst van Merkawah.

Wacht ons een nieuwe uitdaging?

Uit: Terugkeer 24(3-4), jubileumnummer: 25 jaar Merkawah

De ontdekking van de BDE
In de mensengeschiedenis komt het meermaals voor dat wanneer de tijd rijp is voor een nieuwe ontdekking, de eerste aanwijzingen bijna gelijktijdig op verschillende plaatsen verschijnen. Dit geldt ook voor de bijna-dood-ervaring (BDE).

In Europa publiceerde de Nederlandse dokter J.V. Teunissen zijn boekje: “Paradijselijke Visioenen” (1) in het jaar 1971. Hij beschrijft daarin de buitenlichamelijke ervaringen afkomstig uit zijn praktijk, naast diverse ervaringen die hij opgezocht heeft in de literatuur en meestal tot een ver verleden behoren. En in 1976 publiceerde de Leuvense professor Steven De Batselier zijn boek met de mooie titel: “De extatische mens” (2). Hij beschrijft daarin zijn buitenlichamelijke ervaring van 1970, hoe hij die verwerkte en welke transformerende kracht erin schuilt voor de betrokkene en eventueel voor de maatschappij.
In de USA kon Georges Ritchie het niet laten over zijn ervaringen te spreken (3). Dit trok de aandacht van filosoof en psychiater Raymond Moody in het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw. Hij stelde ook vast dat studenten regelmatig een gelijkend verhaal aanbrachten. En Elizabeth Kübler-Ross raakte vertrouwd met dit fenomeen tijdens de zovele uren die zij besteedde aan stervensbegeleiding. Tenslotte beschikte Raymond Moody over 150 getuigenissen en beschreef hij in 1975 deze ervaringen in zijn boek “Life after Life” (in Nederland in 1976 verschenen als Leven na dit Leven) waarin hij het fenomeen een naam gaf, namelijk “near-death-experience” welke in onze taal ingang vond onder de benaming “bijna-dood-ervaring”.

De IANDS verenigingen
In 1978 werd in de USA de eerste vereniging opgericht met als doel het fenomeen BDE wetenschappelijk te bestuderen. In 1981 ontstond daaruit de International Association for Near-Death-Studies, afgekort IANDS. Naast studie verspreidt deze vereniging ook informatie over de ervaring en besteedt eveneens aandacht aan aanverwante ervaringen, zoals sterfbedvisioenen. Inmiddels heeft de vereniging internationale vertakkingen waaronder Merkawah dat in 1988 werd opgericht en, sinds 1997, IANDS Flanders of vzw (vereniging zonder winstdoel) Limen Flanders in België. Deze verenigingen hebben op alle gebied prachtig werk verricht dat onmogelijk in cijfers kan worden uitgedrukt.

Naarmate het fenomeen bekendheid verwierf, kwam men tot de ontdekking dat mensen die over hun ervaring spreken een moeilijke periode doormaken. Zij worden veelal met fronsende wenkbrauwen bekeken door familie en vrienden, terwijl de behandelende geneesheer meestal een verkeerde diagnose vaststelt en dus ook een verkeerde medicatie voorschrijft! Met andere woorden: zij staan er helemaal alleen voor om deze diepgaande ervaring te verwerken en een plaats te geven in hun leven. Velen bewaren wijselijk het stilzwijgen. Zij beseffen dat hun ervaring zodanig afwijkt van wat als normaal wordt aangezien, dat zij als abnormaal zouden beschouwd worden! Dus staan zij er ook helemaal alleen voor om de ervaring te verwerken. Begeleiding en opvang door het besef bij te brengen dat men niet alleen staat met deze ervaring is van onschatbare waarde gebleken! En is nog altijd zeer actueel!

Maar ook op wetenschappelijk gebied bleven de gevolgen niet uit en de implicaties in verband met de religies vragen ook onze aandacht, waar we hierna kort op ingaan.

BDE en wetenschap
Na de publicatie van Raymond Moody’s boek “Leven na dit leven” kwamen de reacties los. Vooral de medische wereld reageert afwijzend. De maatstaf is namelijk het menselijk brein. Bij hartstilstand en bewusteloosheid of coma zal het leven spoedig definitief ten einde zijn en dat is het dan. Ais iemand deze toestand toch overleeft en verhalen vertelt afkomstig van de tussenperiode dan – zegt men – zijn zij gewoon een gevolg van een gebrek aan zuurstof of een gevolg van de medicatie. Dat is een oppervlakkige waarneming. En wie er dieper op ingaat komt tot andere conclusies. Dat deed onder andere de Amerikaanse cardioloog Michael Sabom. Hij was niet weinig verbaasd dat bij navraag bij zijn patiënten in zijn praktijk, hij tot de vaststelling kwam dat het fenomeen regelmatig onder zijn ogen plaats vond zonder dat hij het opgemerkt had! Dat is voor hem de aanleiding het fenomeen verder te bestuderen zoals beschreven in zijn boek “In het licht van de dood”, waarin o.a. de beroemde casus van Pam Reynolds besproken wordt.

Een andere cardioloog, Pim Van Lommel, legde dezelfde weg af in Nederland. Na confrontatie met het fenomeen start hij met enkele bekwame medewerkers een uitgebreid onderzoek in diverse klinieken. Het resultaat werd gepubliceerd in het gerenommeerd vaktijdschrift “The Lancet” waardoor het een opvallende publiciteit kent. Bijna 20 jaar later mondt zijn onderzoek uit in een wetenschappelijk onderbouwd boek: “Eindeloos bewustzijn” (4).
In dit boek wordt ook aandacht besteed aan recente ontwikkelingen in het domein van de kwantumfysica. Tijd, ruimte, licht en materie blijken zich anders te gedragen dan in de klassieke gekende opvattingen. Deze zienswijze stemt overeen met het gedachtegoed van Amit Gosswami (5). Deze benadering stemt overeen met de ervaringen tijdens een BDE waar het gevoel van tijd wegvalt, de materie geen obstakel meer is en alles met alles lijkt verbonden te zijn door een onbeschrijflijke energie of een allesomvattend bewustzijn. Wij kijken uit naar de verdere ontwikkelingen van deze wetenschappelijke discipline. Zij verdienen onze grootste aandacht, al gaat de wetenschappelijke formulering mijn petje te boven!

BDE en religie
Een hoogtepunt tijdens een BDE is de confrontatie en de opname in het Licht. Ook dit aspect van de ervaring overkomt hem ongevraagd en onvoorbereid. De inhoud van deze “ontmoeting” wordt wel vergeleken met de ervaring van een mysticus. Het verschil tussen beiden is dat laatstgenoemde meestal een lange weg heeft afgelegd om zijn doel te bereiken en omringd is door een religieuze omgeving. Alle grote religies hebben hun mystici. De filosoof, mysticus en soefist Ibn-Arabi (6) verwoordde zijn ervaring met de uitroep: “Mijn religie is de Liefde!”. En de apostel Johannes schrijft in zijn evangelie: “God is Liefde”. In de kern van deze ervaring valt het onderscheid tussen de religies weg.

Het onderscheid komt tot stand door wat we noemen “culturele invloeden”. En deze doen zich dadelijk voor zodra de “hoofdpersoon” dit leven verlaten heeft. Zo ontstonden allerlei geschriften over het leven van Christus en rees de vraag rond de authenticiteit van de teksten. Daarnaast werden grote discussies gevoerd zoals rond de menselijke en goddelijke natuur van Christus en de heilige Drievuldigheid. Men trachtte deze verhoudingen vast te leggen tijdens het concilie van Nicea in 325. Maar later zou deze tekst toch leiden tot een afscheuring tussen Orthodoxe en Roomse christenen. En zo volgen nog vele afwijkingen. Doorheen al deze anomalieën komt toch een maatschappelijke waarde tot stand, zoals onder andere beschreven door de Franse schrijver en filosoof Emmanuel Mounier of de Leuvense professor Louis Janssens in zijn boek: “Personalisme en Democratisering”.(7)

Een gelijksoortig scenario doet zich voor in de Islam.
De opvolging van de profeet Mohammed leidt tot een twist en het ontstaan van het soennisme en het sjiïsme. Interpretaties van de Koran leiden ook tot diverse stromingen in de Islam.
Het Hindoeïsme gaat uit van verschillende levenscycli. Elk leven biedt namelijk de mogelijkheid om door beter te doen zijn positie te verbeteren en zo een bepaalde volmaaktheid te bereiken waardoor reïncarnatie overbodig wordt. Dat is wat men karma noemt. Nu zien wij in de praktijk hoe deze opvattingen dikwijls misbruikt worden om door middel van het kaste-systeem mensen te onderdrukken en uit te buiten …

Culturele gebruiken die onvermijdelijk ontstaan na de beginfase van een religie leiden naast een positieve beleving ook tot misvattingen, omdat deze ten onrechte gedogmatiseerd werden en de kern van de boodschap vertroebelen. En hier ligt er zeker een uitdaging te wachten voor de lands-verenigingen.

De BDE in perspectief
Zowel het historisch onderzoek als de hedendaagse confrontaties wijzen erop dat de BDE altijd een wereldwijd fenomeen is geweest met eenzelfde kerninhoud maar met culturele verschillen. Statistisch onderzoek spreekt van circa 4% van de Westerse mens die een BDE beleefde. Dat is enorm! Als we om ons een idee te vormen slechts 1% nemen van de wereldbevolking dan betekent dat, dat er wereldwijd 70.000.000 mensen rondlopen die te maken hadden met een BDE! Dit stemt ons tot nederigheid! Immers onze verenigingen bereiken slechts een kleine fractie van dat aantal! Daarbij komt nog dat we vaststellen dat het aantal verenigingen niet toeneemt en evenmin het aantal leden! Alsof een zeker “plafond” bereikt is!

Er zijn echter redenen om aan te nemen dat het afgelegde parcours slechts een proloog is van wat nog komen moet. Dat vermoeden berust op het feit dat de BDE de uitdrukking is en aansluit bij een diepgeworteld menselijk transcendentaal of metafysisch gevoel. Dat gevoel berust op onze ervaringen van vriendschap, liefde, goedheid en schoonheid. Zij overstijgen ons en hebben iets onvergankelijks. Het zijn indirecte aanwijzingen naar iets “bovenaards”. En onderschat het menselijk aanvoelen niet! Dat aanvoelen vertaalt zich ook in een religieus bewustzijn: veruit de meerderheid van de mensheid gelooft in een hiernamaals. Plato kwam 2400 jaar geleden reeds tot deze vaststelling (8). Maar er is een essentieel verschil tussen het religieus bewustzijn, inclusief de religies zelf, en de BDE. Het religieus bewustzijn en de religies berusten namelijk op een geloof in deze waarden, terwijl de ervaring van de BDE bestaat uit een diep realiteitsgehalte zodat “geloven” vervangen wordt door “weten”! Dit is een van de redenen waarom menig BDE-er zo zwaar aangeslagen is en beseft dat hij alles in een ander perspectief moet plaatsen.

Nieuwe uitdagingen
De overgrote meerderheid van de 70 miljoen BDE-ers in de wereld – uitgaand van 1% van de wereldbevolking – weten zich geen raad met hun ervaring. Zij kunnen deze geen plaats geven in hun leven omdat de belevenis zo buitengewoon is en volledig afwijkt van de dagelijkse ervaringen waarmee zij vertrouwd zijn. Daarom zal hun omgeving meer dan verbaasd zijn als zij erover praten en dus zwijgen zij erover. Maar het voorval blijft wel stevig in hun geheugen opgeslagen. Daarbuiten voegt het wellicht weinig of geen waarde toe aan hun leven.
Een zeer klein aantal daarentegen gaan er zeer kordaat mee aan de slag. Zij integreren de belevenis in hun leven en beschouwen het als de belangrijkste referentie bij hun handelen. Sommigen veranderen zelfs van beroep om de lessen die zij geleerd hebben beter te kunnen toepassen in hun nieuwe leven. Regelmatige lezers van dit tijdschrift kennen inmiddels verschillende voorbeelden.
Maar ondanks de grote inspanningen van de voorbije veertig jaar blijft het een grote minderheid die tot heden bereikt en ingelicht of geholpen werd. Het blijft dus een grote uitdaging om een middel te vinden om de circa 920.000 BDE-ers – dit is ca 4 % van Nederland en van de Vlaamse regio in België – te bereiken.

Een tweede uitdaging voor de komende decennia bestaat erin de waarde van de BDE te integreren in het maatschappelijk leven. Wij weten dat de negatieve kantjes waarmee wij opgezadeld zitten omdat deze deel uitmaken van het evolutieproces, enorm uitvergroot worden door de groeiende technische mogelijkheden en catastrofale, onbeheersbare gevolgen kunnen hebben. Daarvoor is het nodig om alle middelen in te zetten – ook de goede kanten van de technische evolutie – om een maatschappij te ontwikkelen waarin waardering en liefde een vooraanstaande plaats innemen. Met andere woorden een maatschappij waarin ethiek de referentie bij uitstek is. Een eerste confronterende aanzet is het boek van Bob Coppes: “In harmonie met het Licht” (9).

Een derde uitdaging is de confrontatie aan te gaan met de grote religies en andere wereldbeschouwingen.
Door de eeuwen heen hebben culturele invloeden de kern en de essentie van religies overschaduwd. De zuivere beleving van een BDE scherpt dat contrast nog aan. Het komt er dus op aan de inhoud van de BDE te confronteren met de essentie van de religies. Daarvoor hoeft de BDE niet tot een religie gepromoveerd te worden. Het is echter wel nodig dat mensen die tot een bepaalde religie behoren zich bewust worden van de waarde van de BDE om de kern van hun religie te herontdekken. Een bijkomend effect is dat de BDE functioneert als bruggenbouwer tussen religies en diverse wereldbeschouwingen.

Nabeschouwing
Ik hoop dat hiermee niet het laatste woord is geschreven over de nieuwe uitdagingen! Integendeel: anderen zijn zeker in staat om deze beter en duidelijker te formuleren en vooral om met concrete voorstellen te komen om deze uit te werken! Het is ook mogelijk dat anderen deze uitdagingen afwijzen en andere prioriteiten naar voren schuiven. Laat maar komen: het is duidelijk dat wij het “terrein” moeten uitbreiden want de BDE is meer dan een wetenschappelijke discussie of een ervaring die van zijn medicinale toestand moet bevrijd worden! En met uitbreiding bedoel ik ook aandacht besteden aan andere buitenlichamelijke ervaringen.

De snel evoluerende communicatietechnologie breekt culturen open die naar een nieuw evenwicht zoeken. Wij overheersen de natuur maar beheersen deze niet. Een nieuw wereldgeweten wordt gevormd: zal het BDE-erfgoed daarop zijn stempel kunnen drukken? De niet aflatende stroom van dagelijkse BDE’s bewijst de kracht van Het Licht, verborgen in ieder wezen. Samen zijn wij allemaal de bevestiging van Het Licht telkens wij erin slagen in al ons doen en laten onze wederzijdse waardering tot uiting te brengen. Maar als wij falen blijven de gevolgen niet uit…

Het Licht benadert ons met een snuifje humor want dat schuilt in iedere BDE: het bevestigt het relatieve van onze inspanningen en geeft ons daarom de nodige moed voor de komende 25 jaar. We gaan ervoor …


Noten
(1) Zie Terugkeer 24/1 blz 24: “Paradijselijke visioenen”.
(2) Zie Levenslicht nr 22 blz 4: “De Vlaamse tijdgenoot van Moody”.
(3) Zie Levenslicht nr 4 blz 2: “Recensie: Een glimp van de hemel”.
(4) Zie Levenslicht nr 13 blz 7: “Recensie “Eindeloos Bewustzijn””.
(5) Zie Terugkeer 22/3 blz 3 en 4.
(6) Zie Levenslicht nr 9 blz 4: ” De mystieke beleving in het Soefisme”,
(7) Janssens Louis, Personalisme en Democratisering, Arbeiderspers, Brussel, 1957,230 blz.
(8) Jim Van der Heijden: “Onvergankelijk” blz 47 en verder, uitgever Elmar, 2008, 184 blz.
(9) Zie Terugkeer 23/2 blz 13: Boekbespreking “In harmonie met het Licht”

Tenslotte neem ik nog een artikel van Titus Rivas op over wat Bijna-doodervaringen voor iemands levensbeschouwing kunnen betekenen.

Bijna-doodervaringen en levensbeschouwing
De afgelopen decennia zijn er zeker tientallen boeken verschenen van mensen die een bijna-doodervaring hebben beleefd. In de meeste gevallen beperkt de auteur van zo’n boek zich niet tot een beschrijving van zijn of haar ervaring. Doorgaans wordt de lezer ook getrakteerd op de ruimere levensbeschouwelijke conclusies die de BDE-er uit die ervaring heeft getrokken. Bijvoorbeeld over de manier waarop de fysieke werkelijkheid is opgebouwd, over hogere wezens, over tijd, of over de aard van het hiernamaals. De inzichten zijn, als het goed is, gebaseerd op de eigen BDE en dus niet zomaar bij elkaar verzonnen.

Tegenstrijdige wereldbeelden
Er is in de meeste gevallen geen goede reden om te twijfelen aan de eerlijkheid van de BDE-er. Toch kunnen bijna-doodervaringen juist in dit opzicht sterk uiteenlopen. Zo zijn er BDE’s van diverse soorten orthodoxe gelovigen die inhoudelijk overeenkomen met hun respectievelijke religieuze doctrines. Ze kunnen bijvoorbeeld een ontmoeting hebben gehad met een wezen dat ze herkenden als Jezus Christus of beelden hebben gezien van een soort hel vol kermende zondaars. Betekent dit nu dat de leer van hun godsdienst geloofwaardiger wordt door de inhoud van hun bijna-doodervaring? Nou nee, want de BDE’s van gelovigen kunnen inhoudelijk volledig haaks op elkaar staan.

Zoiets geldt eveneens voor concrete vraagstukken zoals reïncarnatie. De ene BDE-er kan te zien krijgen dat er geen reïncarnatie bestaat en een tweede dat schijnbare herinneringen aan vroegere incarnaties in feite te maken hebben met ‘parallelle levens’, terwijl een derde juist inzage krijgt in incarnaties die hij of zij wel degelijk zelf geleefd zou hebben.

Qua levensbeschouwelijke boodschap kunnen niet alle BDE’s even waar zijn, omdat ze elkaar wat dit betreft nu eenmaal tezeer tegenspreken. Op zich is dit niet zo verwonderlijk als men, zoals ik, uitgaat van een model waarbinnen BDE’s een soort mix vormen van (a) droombeelden, afkomstig uit de onbewuste geest van de BDE-er en bijvoorbeeld ook beïnvloed door culturele voorstellingen, (b) paranormale ervaringen, zoals helderziende waarnemingen en contact met overledenen, en waarschijnlijk ook nog (c) visioenen van een intersubjectief, rijk geschakeerd hiernamaals dat zich qua manifestatie sterk kan aanpassen aan individuele overtuigingen (Rivas, 2007). Binnen dit model is het inderdaad mogelijk om tijdens de ervaring in contact te treden met andere klinisch dode patiënten, overledenen en eventuele hogere wezens, maar de concrete vorm die de ontmoeting daarbij aanneemt zal zich vaak aanpassen aan iemands persoonlijke voorstellingen.

Wat we van BDE’s kunnen leren
Wat betekent dit nu voor de levensbeschouwelijke waarde van de boodschap van afzonderlijke BDE’s? Ik denk dat we wat dit betreft onderscheid moeten maken tussen:
* de levensbeschouwelijke implicaties van de paranormale ervaringen rond BDE’s,
* de veranderingen in waarden en normen die iemand aan de BDE overhoudt, en
* de individuele levensbeschouwelijke conclusies die de patiënt aan zijn of haar BDE verbindt.

Bijna-doodervaringen kunnen los van hun individuele boodschap zelf bijvoorbeeld wijzen op een voortbestaan na de dood – met name wanneer ze plaatsvinden tijdens een hartstilstand, hetgeen kan worden vastgesteld doordat de patiënt buiten zijn fysieke zintuigen om specifieke gebeurtenissen heeft waargenomen die plaatsvonden tijdens zijn klinische dood.
Ook zijn er veranderingen in het waardepatroon van BDE-ers vastgesteld die niet afhankelijk lijken te zijn van de specifieke inhoud van hun bijna- doodervaring. Men kan daarbij denken aan het afwijzen van een eenzijdig materialistische levensstijl, of het aanhangen van waarden zoals liefde en compassie, persoonlijke ontwikkeling, en het verwerven van kennis of wijsheid.

Particuliere versus universele levensbeschouwelijke conclusies
Binnen de individuele levensbeschouwelijke conclusies die de patiënt aan de BDE koppelt, kun je vervolgens nog onderscheid maken tussen particuliere conclusies die slechts door een beperkt aantal (groepen) BDE-ers worden gedeeld (zoals: “Jezus Christus zit aan gene zijde op de troon, hij draagt een rode mantel en je kunt hem herkennen aan zijn wondtekenen”) en universele conclusies (Rivas, 2010) die bijna algemeen worden getrokken (zoals: “We zijn hier op aarde om te leren, ons te ontwikkelen, te leren houden van onszelf, en iets te betekenen voor anderen”). Ik denk dat het weinig zin heeft om particuliere levensbeschouwelijke conclusies aan BDE’s te verbinden. Als je nog geen islamitisch wereldbeeld hebt, is er bijvoorbeeld weinig voor te zeggen om vanwege iemands islamitisch gekleurde BDE zelf opeens moslim te worden. En als je van lineaire reïncarnatie uitgaat, is het nogal ongefundeerd deze overtuiging plotseling overboord te gooien omdat een BDE-er beweert dat er alleen parallelle levens bestaan.

Bijna-doodervaringen kunnen met andere woorden wel degelijk belangrijke inzichten opleveren, maar ze vormen geen goede reden om zomaar een specifiek levensbeschouwelijk systeem aan te gaan hangen, dat veel verder zou gaan dan algemene stellingen zoals: “er is een geestelijk voortbestaan” of “we zijn hier onder meer om onszelf te ontwikkelen”.
Verhalen over bijna-doodervaringen zijn dus zeker van groot belang voor onze levensbeschouwing, maar ze ontslaan ons niet van eigen (filosofisch) denkwerk, wetenschappelijk onderzoek of het voortzetten van onze persoonlijke zoektocht. Paradoxaal genoeg sluit dit mooi aan bij een universele waarde die men steeds weer in verslagen van BDE’s aantreft: de dorst naar kennis!

Referenties
– Rivas, T. (2007). Hallucinaties of meer? Terugkeer, 18(1), 16.
– Rivas, T. (2010). Heeft het aardse leven zin? Terugkeer, 21(1), 12-14.

Dit artikel werd in 2013 gepubliceerd in Terugkeer 24 (3-4), jubileumnummer (25 jaar Merkawah), blz. 52-53.