Gereformeerde achtergrond

Ik realiseer mij, dat  het voor mensen, die zelf niet vertrouwd zijn met deze achtergrond, vaak nauwelijks mogelijk is zich hier een voorstelling van te maken of zich er in te kunnen inleven. Als opening haal ik daarom voor wat feitelijke achtergrondgegevens en om die geschiedenis nog even op te frissen aan wat Wikipedia schrijft over de Gereformeerde Kerken Nederland.

De begintijd met de Synode van Dordrecht die na de Reformatie in 1618-1619 de Drie Formulieren van Enigheid als de belijdenis van de toenmalige gereformeerde kerk aanvaardde (uit deze Gereformeerde Kerk zijn de Nederlandse Hervormde Kerk en later weer de diverse Gereformeerde kerkgenootschappen voortgekomen).

Deze drie belijdenisgeschriften zijn:
– de  Catechismus, opgesteld door Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus in 1563
– de Nederlandse geloofsbelijdenis, opgesteld door Guido de Brès in 1561
– de Dordtse Leerregels, opgesteld door de Synode in 1618 en 1619 als de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten

Naast de Drie Formulieren erkennen deze kerken ook de algemene christelijke geloofsbelijdenissen als belijdenisgeschrift: Apostolische Geloofsbelijdenis of “12 Artikelen des geloofs”, de Geloofsbelijdenis van Nicea en de Geloofsbelijdenis van Athanasius.

Gereformeerde Kerken in Nederland
De Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN), vaak eenvoudigweg aangeduid als de Gereformeerde Kerk, in de volksmond ook wel “gewoon gereformeerd” genoemd en onder vrijgemaakten aangeduid als “synodalen” of “Gereformeerd synodaal”, was tot 1 mei 2004 een Nederlands gereformeerd kerkgenootschap. Vanaf die datum zijn de GKN opgegaan in de PKN: De Protestantse Kerk in Nederland (in dagelijks spraakgebruik vaak afgekort tot Protestantse Kerk), dat daarmee het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland werd. De fusie bestond uit de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.

Ontstaan
Het begin was in 1892 toen twee groepen zich verenigden die zich van de Nederlandse Hervormde Kerk hadden afgescheiden:

  • het grootste deel van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, die ontstaan was uit de Afscheiding van 1834 (een zeer klein deel bleef voortbestaan en heet sinds 1947 de Christelijke Gereformeerde Kerken).
  • de groep die ontstond uit de Doleantie in 1886, onder leiding van Abraham Kuyper.

De Gereformeerde Kerken in Nederland telden na de Vereniging van 1892 700 plaatselijke gemeenten (394 uit de Afscheiding, 306 uit de Doleantie) en 370.000 leden (189.000 uit de Afscheiding, 181.000 uit de Doleantie). Dit ledenaantal zou rond 1975 uitgroeien tot bijna 900.000 leden (volgens de kerkelijke statistiek) en ruim 940.000 leden (volgens de volkstelling) en daalde daarna tot circa 675.000 per begin 2004 toen de Gereformeerde kerken opgingen in de PKN.

Abraham Kuyper werd verreweg de belangrijkste leider van de Gereformeerde Kerken in Nederland en gaf de aanzet tot het ontstaan van de Gereformeerde zuil. Hierbinnen werden organisaties opgericht die een nauwe band onderhielden met de Gereformeerde Kerk, bijvoorbeeld de Vrije Universiteit in Amsterdam, de NCRV, het CNV, het dagblad De Standaard (later Trouw) en de Anti-Revolutionaire Partij, die nu onderdeel is van het CDA.

Afscheiding en fusie
Sinds de oprichting in 1892 kende het kerkgenootschap twee maal een afscheiding. De eerste was in 1926. Door een conflict over de letterlijke interpretatie van de Bijbel splitste een vleugel zich af van de Gereformeerde Kerken in Nederland, en vormde de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband. Omdat de Bijbel in Genesis stelt dat de slang in het paradijs tot Eva sprak, kwam de orthodoxe meerderheid tot de slotsom dat God aan dit dier het spraakvermogen moest hebben gegeven. De leden van de vleugel die zich afsplitsten, zagen het wat allegorischer. Op de Synode van Assen in 1926 ging het uiteindelijk om de vraag of de Schrift een betrouwbaar en feitelijk verslag geeft in Genesis 3. De Synode van 1926 sprak uit dat er inderdaad sprake was van een “zintuiglijk waarneembare” slang. Het ging in Genesis 3 dus niet om verhalen, fabels, mythe of fictie, maar om feitelijk waarneembare werkelijkheden, zoals een slang, bomen, mensen, enzovoort. In 1971/1972 heeft de Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland de besluiten van de Synode van 1926 herroepen.

De tweede afsplitsing vond plaats in 1944, toen tijdens de zogenaamde Vrijmaking de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zich afscheidden van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

In 1909 richtten de Gereformeerde Kerken in Nederland een verzoek aan de Gereformeerde Gemeenten (GG) om te komen tot kerkelijke vereniging. Door verschillen in theologische opvattingen wees de GG dit verzoek af. Tot de jaren 70 werkten de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Gereformeerde Gemeenten (en de Christelijke Gereformeerde Kerken) echter wel op bescheiden schaal samen in niet-kerkelijke organisaties als het Gereformeerd Sociologisch Instituut en (tot 2001) het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte.

In 1962 startte het langdurige Samen op Weg-proces. Dit werd 1 mei 2004 afgesloten, toen de Gereformeerde Kerken in Nederland fuseerden met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Op dat moment hadden de Gereformeerde Kerken in Nederland circa 675.000 leden, waarvan 400.000 belijdende leden. Er waren in totaal 857 plaatselijke kerken, met in totaal zo’n 1000 kerkgebouwen. Een zevental gemeenten kon zich niet in de fusie vinden. Zij richtten op 8 mei 2004 de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland op. Eén gemeente zocht aansluiting bij de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ook de veertien gemeenten en 7000 leden van de Evangelisch-altreformierte Kirche in Niedersachsen behoorden tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zij zijn nu geassocieerd lid van de Protestantse Kerk in Nederland en vaardigen twee leden af naar de Generale Synode van de PKN.

De in 1894 vanuit Nederland opgerichte Gereformeerde Kerken in België, die zich in 1979 hebben aangesloten bij de Verenigde Protestantse Kerk in België, maakten als aparte classis deel uit van de particuliere synode van Noord-Brabant en Limburg van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Naamgeving
Hoewel de Gereformeerde Kerken in Nederland vaak kortweg als ‘Gereformeerde Kerk’ werden aangeduid, kenden de plaatselijke gemeenten een grote mate van zelfstandigheid. De lokale gereformeerde kerkgemeente was rechtsordelijk gezien een op zichzelf staande gereformeerde kerk, die zich had verbonden binnen het overkoepelend kerkverband der Gereformeerde Kerken in Nederland.

Theologische ontwikkeling
Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden de kerken gekenmerkt door het klassiek gereformeerde belijden in neo-calvinistische zin. De Gereformeerde Kerken beschouwden zich lange tijd als de meest Ware Kerk van Christus en hadden een gesloten, rationalistisch en streng karakter. Vooral het werk van Abraham Kuyper en Herman Bavinck zette een stempel op het kerkelijke leven en denken. Na de Tweede Wereldoorlog is – mede door de invloed van Karl Barth – de heersende positie van het klassiek gereformeerde belijden losgelaten. Met name vanaf 1962 veranderde de kerk sterk van karakter en werd zij een open plurale kerk met veel ruimte en vrijheid.

In 1980 hebben de Gereformeerde Kerken het absolute gezag van de Bijbel over leer en leven nog meer losgelaten door de aanvaarding van het geruchtmakende rapport “God met ons”. De Gereformeerde Kerken zijn anno 2004 pluriform geworden. Deze ontwikkeling is vooral terug te vinden in het theologisch werk van Prof. Dr. Gerrit Cornelis Berkouwer (1903-1996) en Prof. Dr. Harry M. Kuitert (geboren 1924).

Golden de Gereformeerde Kerken in Nederland decennialang als een bolwerk van rechtzinnigheid; door bovengenoemde theologische ontwikkelingen staan zij binnen de gereformeerde gezindte vandaag de dag te boek als minst orthodoxe kerkverband onder de gereformeerde kerkgenootschappen.

Velen van mijn generatie zullen zich die historische ontwikkeling nauwelijks kunnen herinneren of überhaupt nog willen kennen, laat staan de generatie van onze kinderen en al helemaal niet die van onze kleinkinderen. Daarom voor mensen, voor wie dat een onbekende wereld is een korte typering. Het is namelijk wel het achterland waarin mijn geloofsleven begon in het strak verzuilde Nederland, waar in het kleine dorp Duivendrecht een Christelijke School achter de Ned. Hervormde Kerk stond en de Rooms Katholieke School tegenover de kerk van die naam. Uit datzelfde dorpje Duivendrecht is uit een andere zuil overigens ook Wim Eijk, de huidige Aartsbisschop van Utrecht afkomstig. Een Openbare School was er niet. Wij gingen als Gereformeerden trouwens in Diemen naar onze eigen Gereformeerde Kerk.

Je werd als baby gedoopt als “kind van God”, leerde de Bijbelse verhalen uit de Kinder Bijbel en bij het lezen van een gedeelte uit de Bijbel na de maaltijden. Voor de maaltijd werd gevraagd “de spijze” te zegenen en na de maaltijd werd gedankt. En zondags ging je twee keer, om 10:00 uur en 17:00 uur, naar de kerk. In die diensten werden liederen gezongen begeleid door het orgel  (Psalmen en Gezangen waarbij je toen vaak al moeite met de teksten had en later ook uit een moderner Liedboek) en er werd een preek gehouden, die je maar zelden aansprak.  Er was jaarlijks een “Dankdag voor het Gewas”. En er was “de Zending” met daarvoor met een afzonderlijke opdracht vrijgemaakte predikanten, die werden uitgezonden naar “de Zendingsgebieden” (aanvankelijk m.n. onze voormalige koloniën Indonesië en Suriname).  Tijdens de kerkdienst werd in enkele collectes gecollecteerd (met een lange stok en een collectezak met een kwast aan het eind) voor verschillende bestemmingen binnen en buiten de eigen gemeente. Zondags werd de “zondagsrust” in acht genomen, dwz geen sport (Christelijke sportbeoefening was zaterdags) en niets kopen (alle winkels waren trouwens gesloten). Wij hebben in Diemen nog een Christelijke Korfbal Verening (CKV Diemen) opgericht en je ging 1x in de week naar catechisatie om uit de 52 zondagen van de Heidelbergse Catechismus te leren wat het geloof inhield. En later, ik meen dat ik 18 of 19 was, legde je “Openbare belijdenis des Geloofs” af voor in de kerk ten overstaan van de hele gemeente en werd je daarna geacht als volwaardig gemeentelid deel te nemen aan het Avondmaal. En zo werd ik rond mijn dertigste dus ook wat ongemakkelijk “ouderling” als je als jongmens echt bij de inhoud van die rol stilstond.

Elementen in dat geloof waren (onder de menu-knop Begrippen ga ik daarop in):

  • De Drie-eenheid: God de Vader, Jezus de Zoon en de Heilige Geest.
  • Zonde en Vergeving – het offer aan het kruis van Jezus voor onze zonden. “Soli Deo Gloria” door genade alleen werden je zonden je vergeven, niet door eigen goede werken, zoals in de R.K. kerk.
  • De Bijbel was waar (ook al was het mensenwerk, dan toch wel “geïnspireerd/ingefluisterd door de Heilige Geest”)
  • Bidden, o.a. voor en na de maaltijd en voor het slapen gaan. Het Onze Vader is het door Jezus als voorbeeld gesteld gebed; bidden is ook gebruikelijk in moeilijke of spannende situaties.
  • Dagelijks na de maaltijd een stukje uit de Bijbel lezen. Door de verhalen uit de Kinder Bijbel en zelf Bijbel lezen hebben wij een behoorlijke Bijbelkennis, die onze kinderen en kleinkinderen grotendeels missen. Pas veel later ben ik – anders dan alle verhalen er in – de structuur en het ontstaan van het Oude en Nieuwe Testament ook in de historische context gaan begrijpen.
  • Eeuwig leven, Hemel en Hel waren vage begrippen waar je weinig mee kon
  • Predestinatie (voorbeschikking), een onmogelijk gekunsteld concept
  • Doop en Belijdenis
  • Het Avondmaal voor belijdende leden
  • De Geloofsbelijdenis, die in de Kerkdiensten werd uitgesproken

En daarna opende zich een nieuwe wereld voor mij toen ik ging studeren en vele nieuwe indrukken opdeed.

Hernieuwd beleven van mijn levensbeschouwing
Tijdens mijn studie las ik ontzettend veel en verbreedde mijn wereldbeeld zich. Mijn geloofsbeleving veranderde toen nog niet zoveel en na ons trouwen en het krijgen van onze kinderen (en dopen door Opa) ging ons leven in Ouderkerk a.d. Amstel en vanaf mijn 33ste langs traditionele gereformeerde paden. Ook in Den Bosch waren we kerkelijk actief en ben ik nog enige jaren voorzitter van de Commissie van Beheer geweest, maar op een gegeven moment merkte ik, dat mijn geloofsbeleving nogal versleten was en het meer neerkwam op sociale contacten. In die tijd gaf kennismaken met het Boeddhisme mij nieuwe impulsen voor het beleven van waar versleten begrippen in werkelijkheid op neerkwamen. In die tijd heb ik mij ingezet voor het organiseren van gesprekskringen om over de grenzen van het gereformeerde wereldje heen te kijken en mij later ook actief vanuit eenzelfde intentie ingezet voor het gemeenteblad om daarin ook enigszins opiniërende artikelen te schrijven. De actieve kerkgang begon te slijten en rond de herschikking vanuit Den Bosch naar PKN Vught is het contact helemaal doodgebloed en was mijn geloofsleven geheel privé, in mijzelf gekeerd.

In diezelfde tijd van het uitdoven van de actieve kerkelijke betrokkenheid speelden ook de ontwikkelingen, waar ik onder de overige sub-menu’s op in ga, zoals Andere godsdiensten, Edgar Cayce, Veranderend wereldbeeld en The Law of One.

Differentiatie in een kern van persoonlijke geloofsbeleving en een bredere levensbeschouwing
Als ik daar nu op terug kijk dan stond ‘geloven’ vroeger bij mij min of meer gelijk met ‘gereformeerd zijn’, lid van een kerk zijn. Op de vraag of je geloofde zei je “ik ben gereformeerd”.
Dat hield die hele protestantse geïnstitutionaliseerde religie in, waarvan de gereformeerde kerk dan weer een meer specifiek onderdeel uitmaakte met alle gedogmatiseerde geloofsopvattingen.
Als tiener ging je naar ‘catechesatie’ bij de predikant om vertrouwd te raken met die leerstellingen, ondermeer paragraafsgewijs vastgelegd in de vragen en antwoorden in de tekstblokjes van de 52 zondagen van de Heidelbergse Catechismus.
En bij het ‘belijdenis doen’ ten overstaan van de hele gemeente beleed je dat geloof.

Mijn geloof bestond uit een mengeling van dingen, die je echt beleefde en dingen, die meer formele leerstellingen waren, waar je wat afstandelijker tegen aan keek of niet goed van wist wat je daar nu echt van moest denken.
Daar begon eigenlijk al het onderscheid in de gradaties tussen je echt beleefde persoonlijke geloof en meer afstandelijke zaken in de geest van ‘je houdt er rekening mee, dat het zou zo kunnen zijn, maar weet het eigenlijk niet’ en dingen die je eigenlijk niets zeggen als je eerlijk onder woorden zou moeten brengen wat het echt voor jou betekent.

Met het opgroeien en verkennen en verbreden van je horizon van de wereld om je heen – waarin in de loop der jaren op zichzelf ook weer steeds nieuwe inzichten ontstonden (bijvoorbeeld in de fysica, archeologie, dna, etc) – raakte mijn persoonlijke spirituele geloofsbeleving meer en meer verweven met en werd het een onderdeel van mijn bredere levens- of wereldbeschouwing.